Vertrouwen is goed, controle is beter

12. Juni 2026 — Algemeen#Biestmelk #Controlling #Management #Groei
De betekenis van de gegevensverzameling voor een succesvolle kalveropfok.

Een gezondere opfok en beter presterende kalveren is geen toevalsproduct. Het is het resultaat van consequent werken en vooral systematische controle en optimalisatie. Wie zijn processen kent, meet en regelt, legt de basis voor het succes op de lange termijn van zijn melkveebedrijf.

1. Colostrumkwaliteit: de belangrijkste start in het leven

De kwaliteit van de biestmelk is van doorslaggevende betekenis voor de gezondheid van het kalf. Alleen hoogwaardige colostrum levert voldoende antilichamen voor een succesvolle start in het leven.

Wat is belangrijk?

Natuurlijk zijn de bekende criteria zoals kwaliteit, hoeveelheid en tijdstip van de verstrekte colostrum beslissend.

Er dient echter ook aandacht te worden besteed aan de hygiënische winning en opslag van de colostrum. Daarbij dienen de volgende punten met name in acht te worden genomen:

  • een schoon melkproces voor een laag kiemgehalte
  • grondige reiniging van de tepels en goed uitmelken van de afdichting
  • gebruik van schone melkbussen/-emmers, die idealiter alleen voor colostrum worden gebruikt
  • tijdige verwerking: ofwel direct voeren of koelen

Kwaliteit meten op de juiste manier

De colostrumkwaliteit moet altijd worden gecontroleerd met een refractometer.

Voordat de eerste meting wordt uitgevoerd, moet de refractometer worden gekalibreerd. Hiervoor wordt een klein druppeltje gedestilleerd water op het prisma gedaan. De witte lijn moet precies op nul staan. Indien dit niet het geval is, moet de instelling met de meegeleverde kleine schroevendraaier worden aangepast.

2. De passieve overdracht van de antilichamen controleren

Niet alleen de colostrumkwaliteit is beslissend – maar ook, of de antilichamen bij het kalf aankomen. Om dit te controleren kan het totale proteïnegehalte worden gemeten in het bloedserum van de kalveren. Ook hiervoor kan de refractometer worden gebruikt.

24 tot 48 uren na de geboorte moet hiervoor een klein bloedmonster van het kalf worden genomen. Dit kan ofwel worden gecentrifugeerd of gedurende ongeveer 24 uren bij kamertemperatuur worden bewaard. Aan het einde moet het serum goed zijn bezonken.

Want het moet worden gepipetteerd en op het prisma van de refractometer worden geplaatst. De af te lezen Brixwaarde moet voor een goede passieve overdracht boven 8,9 en voor een zeer goede overdracht van de antilichamen boven 9,4 liggen.

De verzamelde gegevens over de toediening van colostrum en de passieve overdracht moeten op het bedrijf worden gedocumenteerd. Alleen op deze manier kunnen zwakke plekken in het systeem worden herkend den gericht worden opgelost.

3. Melkpoeder goed aanmengen: meer dan alleen “gram per liter”

Een veelvoorkomende fout in de praktijk is het aanmengen van de melkdrank “op gevoel” of uitsluitend aan de hand van de specificatie gram/liter. De meest voorkomende misvatting hierbij is dat 140 g poeder per liter automatisch overeenkomt met 14% droge massa.

Waarom komt 140 g poeder niet overeen met 14% droge massa?

  • Melkpoeder bevat slechts ongeveer 96% droge massa
  • Bij het aanmengen verandert het volume (1 g droge massa ≈ 0,7 ml)
  • Water zorgt voor volume, maar niet voor voedingsstoffen (1 g water = 1 ml)
  • Het begrip “droge massa” heeft betrekking op de totale massa van de kant-en-klare drank

Dat betekent: de berekening is complexer dan gedacht. Slechts kleine afwijkingen (bijvoorbeeld 0,5% droge massa) kunnen de osmolaliteit van de drank veranderen en de vertering beïnvloeden.

4. Technologie als ondersteuning: SmartMix

De berekening van de juiste mix is complex - maar dat hoeft in het dagelijkse leven niet zo te zijn. Oplossingen zoals SmartMix, de mengcalculator op de MelkTaxi, of onze online calculator helpen daarbij.

  • Berekening van de juiste mix
  • Rekening houden met alle invloedfactoren
  • Combinatie van kunstmelk en volle melk mogelijk

Dat bespaart tijd, vermindert fouten en zorgt voor een gelijkblijvende kwaliteit bij het kalveren voeren.

5. Groei begrijpen: de belangrijkste fasen in de kalveropfok

De ontwikkeling van de kalveren verloop in verschillende fasen, die elk eigen eisen met zich meebrengen:

Colostrum- en transitiemelkfase (ongeveer dag 1-5)

  • Opbouw van het immuunsysteem
  • Basis voor een goede gezondheid

Intensieve drinkfase (ongeveer dag 6-35)

  • Maximalisatie van het groeipotentieel
  • Metabolische programmering
  • Celdeling

Speenfase (ongeveer vanaf dag 36)

  • Celgroei
  • Overschakelen naar vast voer
  • Stabilisatie van de stofwisseling

Waarom regelmatig wegen belangrijk is

Naast de gezondheid is de groei van de kalveren de belangrijkste succesparameter van de kalveropfok. Gegevens over het gewicht zijn een centraal Controlling-Instrument. Misschien wel het enige, om het succes van een goede opfok te documenteren en controleren.

Goede toenames in de vroege drinkfase tijdens de metabolische programmering leiden tot een:

  • betere orgaanontwikkeling
  • verhoogde vruchtbaarheid
  • verhoogde melkafgifte

Wie niet weegt, stuurt “blind”.

Conclusie: meten, sturen, optimaliseren

Een succesvolle kalveropfok is gebaseerd op drie basisprincipes:

  • meten (colostrum, totale proteïnegehalte in het bloedserum, dagelijkse toenames)
  • begrijpen (verbanden herkennen)
  • sturen en optimaliseren (gericht verbeteren)

Bedrijven die deze principes consequent hanteren, scheppen een basis voor gezonde dieren en economisch succes.

Een artikel van Kjara Braun
Contact
Handboek Kalf

Holm & Laue Handboek Kalf