NativeCalfConcept
Ons concept voor een natuurlijke en gezonde kalveropfok. Hoe u profiteert van een verbeterd dierenwelzijn.
Uit gezonde, natuurlijk opgroeiende dieren ontstaan goed presterende, krachtige melkkoeien.
Een bevredigende werkplek met gezonde dieren, waar men graag voor zorgt.
Investeringen in gezonde kalveren verlagen de kosten en verhogen de melkgift over de lange termijn.
Afgekeken van de natuur – geoptimaliseerd in de praktijk!
In de kalveropfok staan momenteel de onderwerpen automatisering en digitalisering centraal. Het doel is om de processen zo tijdbesparend en kostenefficiënt uit te voeren. Daarbij nemen we echter in toenemende mate afstand van een natuurlijke opfok van de kalveren.
Dat is in de ontwikkeling naar een moderne landbouw beslist gerechtvaardigd, maar is het werkelijk de beste manier? Zien we misschien belangrijke punten over het hoofd, die de natuur beter doet? Wat kunnen of moeten we van de natuur leren, om onze kalveren gezond op te fokken en tot hoogwaardige melkkoeien te laten opgroeien? Hoe kunnen we deze bevindingen ook implementeren in de “conventionele” kalveropfok?
Wij beantwoorden deze vragen met het Holm & Laue NativeCalfConcept. Het goede nieuws: een natuurlijke kalveropfok is lonend op alle niveaus. Met een paar nuttige aanpassingen en enkele investeringen tilt u uw kalverhouderij naar een nieuw niveau!
1. Optimaal colostrum voeren
De eerste maaltijd van een kalf is van cruciaal belang voor zijn latere verdere ontwikkeling. Colostrum levert niet alleen energie, maar is de enige bron voor de passieve immuniteit van het pasgeboren kalf. Deze prioriteit is ook duidelijk te herkennen in de natuur: zodra het kalf kan staan, zoekt het instinctief naar de uiers, om biestmelk te drinken.
Naast dit natuurlijke aspect wint het voeren van colostrum ook meer aan betekenis met het oog op toekomstige uitdagingen. De beschikbare behandelingsmogelijkheden voor kalverziektes – met name het gebruik van antibiotica – worden in toenemende mate beperkt. Het principe “Voorkomen is beter dan genezen” is daarom niet alleen ethisch nuttig, maar ook een noodzakelijk antwoord op de beperkte therapeutische opties. Een goede passieve immuniteit versterkt de resistentie van kalveren tegen ziekteverwekkers, waarmee ze onvermijdelijk in contact komen.
Het juiste voeren van colostrum vormt zo de basis voor alle verdere bouwstenen van het NativeCalfConcept. Hieronder zijn de belangrijkste speerpunten van succesvol colostrummanagement samengevat.
Beste kwaliteit: 50 g IgG per liter
Gehalte aan immunoglobuline
Het immunoglobulinegehalte van colostrum moet regelmatig worden gecontroleerd en gedocumenteerd, bijvoorbeeld met behulp van een Brix-refractometer. Colostrum met een lgG-gehalte van minimaal 50 g/liter is geschikt als eerste maaltijd voor het kalf. Een lgG-gehalte van 50 g/liter komt overeen met een Brix-waarde van 22 °. Een Brix-waarde van 24 ° en meer zou nog beter zijn.
Wanneer de kwaliteit daaronder ligt, moet ofwel de toevlucht gezocht worden tot hoogwaardig colostrum of tot een aangelegde voorraad, of moet ervoor worden gezorgd dat er een overeenkomstige grotere hoeveelheid wordt opgenomen (zie paragraaf “De juiste hoeveelheid: 3-4 liter”).
Hygiënische kwaliteit
De hygiënische kwaliteit van het colostrum wordt vaak onderschat. Net als tijdens het reguliere melkproces geldt ook rondom de afkalving: reinheid is cruciaal. Dit vormt met name een bijzondere uitdaging bij het melken in het afkalfhok.
Een goede hygiëne van de uiers, schone melkbussen en melkapparatuur evenals grondig gereinigde en eventueel gedesinfecteerde drinkflessen of -emmers zijn onmisbaar. Gebrekkige hygiëne kan meerdere negatieve effecten hebben:
-
bacteriën kunnen de nog open darmbarrière passeren en zo in de bloedbaan terecht komen.
-
immunoglobulines worden al in colostrum gebonden door bacteriën, zodat ze later niet meer door het kalf kunnen worden opgenomen.
-
de passieve immuniteit pakt daardoor geringer uit.
Daarnaast geldt: warme colostrum biedt ideale groei-omstandigheden voor bacteriën. Al na korte tijd verdubbelt het aantal bacteriën (na 20 minuten). Als het colostrum niet direct wordt gevoerd, moet het daarom snel gekoeld worden.
De juiste hoeveelheid: 3-4 liter
Naast de kwaliteit is de opgenomen hoeveelheid cruciaal om voldoende toevoer van immunoglobulines te waarborgen. Het doel ligt bij een opname van ongeveer 200 g lgG.
Bij een streefconcentratie van 50 g IgG per liter komt dit overeen met een hoeveelheid colostrum van ongeveer 4 liter.
Deze waarde is gebaseerd op de vuistregel van ongeveer 10% van het geboortegewicht. Met name kleine kalveren moeten dus niet de volle 4 liter krijgen, maar eventueel slechts 3 tot 3,5 liter. In de praktijk moet de procedure echter zo eenvoudig en duidelijk mogelijk zijn – zonder gecompliceerde berekeningen voor het personeel.
Optimaal tijdstip: 1ste levensuur
In de eerste levensuren is de darmbarrière van het kalf nog doorlaatbaar voor grote eiwitten, zoals immunoglobuline. Dit bijzondere opnamemechanisme is echter maar van zeer beperkte duur. Al na 4 tot 6 uren daalt de opnamecapaciteit voor antilichamen naar ongeveer 50%, na 12 uren is het tijdvenster volledig gesloten.
Het optimale tijdstip voor de gecontroleerde verstrekking van hoogwaardig colostrum is daarom het eerste levensuur. In deze periode is de zuigreflex doorgaans sterk genoeg, zodat de benodigde hoeveelheid vaak zelfstandig kan worden opgenomen.
Daarnaast is een tweede keer voeren van colostrum na 6 tot 12 uren zinvol. De antilichamen beschermen dan vooral de ontwikkeling van de darmflora en bestrijden de daar binnengedrongen bacteriën.
De voeding op de eerste levensdag dient in zijn geheel voor de immuniteit en de gezondheid van het kalf. Daarom is het belangrijk om hier goed afgestemde werkprocessen te integreren.
De juiste werkprocessen bij het voeren van colostrum
Hoe kunnen deze drie vereisten in de praktijk het beste worden gerealiseerd, als een geboorte toch altijd ongepland en spontaan plaatsvindt?
Er wordt vaak geadviseerd om het kalf het colostrum van de eigen moeder te geven, omdat bepaalde biologische stoffen van de eigen moeder beter kunnen worden opgenomen. In de praktijk heeft deze werkwijze echter belangrijke nadelen:
- De algemene kwaliteit (lgG-niveau) van het colostrum is vaak niet voldoende (in 50% van de gevallen).
- De hoeveelheid biestmelk is eventueel niet voldoende.
- Als bevroren colostrum als vervanger wordt gebruikt, dan wordt het vaak verkeerd (te heet) ontdooid. Daardoor worden de antilichamen vernietigd.
- Het melken van de koe loopt vertraging op, waardoor ook het voeren van het kalf vertraging oploopt.
Hiervoor is een zeer eenvoudige oplossing: men koppelt het voeren van het kalf los van het melken van de koe!
Hiertoe bouwt u een colostrumbank op. Hiervoor vriest u alleen colostrum van de beste kwaliteit (> 24 °Brix) in. Als het kalf geboren is, ontdooit u het colostrum in een gecontroleerd waterbad van maximaal 43 °C. Dit proces duurt met het systeem “ColoQuick” slechts 20 minuten. Op die manier kunt u 30 tot 60 minuten na de geboorte al een uitstekende voerbeurt met colostrum garanderen voor elk kalf.
Pas daarna melkt u de koe. Vervolgens test u het colostrum met de refractometer. Als het colostrum van goede kwaliteit is, vult u vervolgens de colostrumzak. Op deze manier wordt de colostrumbank altijd weer bijgevuld. Colostrum met slechte Brix-waarden wordt dan eenvoudig als transitiemelk gevoerd (zie paragraaf “2. Transitiemelk – gerichte ondersteuning voor darm en immuunsysteem”).
Controle is beter dan vertrouwen
De analyse van bloedserum van kalveren van twee dagen oud geeft een goede kijk op hun immuniteit. Ook hiervoor kan de refractometer eenvoudig worden gebruikt. Een Brix-waarde van meer dan 8,4 °Brix in het bloedserum geeft een toereikende verstrekking van antilichamen aan. Dit komt overeen met een niveau van ongeveer 10 g lgG/dl serum.
Zelf bij het beste management zal niet elk kalf deze waarde bereiken. Men kan spreken van een goed colostrummanagement, als gemiddeld 80% van alle kalveren deze waarde bereikt. Daarom is het altijd zinvol om de eigen meetwaarden voortdurend te documenteren, om eventuele verslechteringen vroegtijdig te herkennen.
Conclusie - colostrum voeren
Het voeren van colostrum is de essentiële basis voor de gezondheid en prestaties van het kalf. Gebrek op dit gebied kan later maar moeilijk worden gecompenseerd. Om dit gevoelige proces betrouwbaar te kunnen waarborgen, zijn duidelijke werkprocessen, bindende normen en regelmatige controles onontbeerlijk.
2. Transitiemelk – gerichte ondersteuning voor darm en immuunsysteem
Na de eerste colostrummelk voedt de koe haar kalf verder met waardevolle voedingsstoffen en werkzame stoffen. Deze zogenaamde transitiemelk – de melk van de tweede melkbeurt tot aan de eerste levering aan de melkfabriek – bevat duidelijk minder antilichamen dan colostrum, maar altijd nog aanzienlijk meer dan normale volle melk. Ze levert vooral talrijke bioactieve stoffen, die een essentiële rol spelen in de eerste levensdagen van het kalf.
Ook wanneer het kalf na ongeveer 24 uren nauwelijks nog antilichamen via de darmbarrière kan opnemen in het bloed, ontplooien deze ingrediënten hun werking rechtstreeks in de darm. Ze stabiliseren de darmwand, bevorderen de ontwikkeling van een gezond microbioom en helpen het kalf om beter om te gaan met bacteriën waarmee het al vroeg in contact komt.
Bijzonder opvallend zijn de verhoogde gehaltes aan IGF's (Insulin-like Growth Factors), dus aan groeifactoren, die met name belangrijk zijn voor de ontwikkeling van de darmcellen. Bovendien is het lactoferrine-gehalte in de transitiemelk interessant. Lactoferrine is een multifunctioneel, een aan ijzer gebonden eiwit, dat met name antibacterieel, antiviraal, ontstekingsremmend en immuunmodulerend werkt. Het versterkt de darmbarrière, stimuleert nuttige darmbacteriën en regelt ijzermetabolisme. Het feit, dat lactoferrine helemaal niet meer aanwezig is in de latere melk, toont hoe bijzonder transitiemelk eigenlijk is.
Onderzoeken van Van Soest (2000 en 2022) laten bijvoorbeeld zien:
Kalveren, die na het colostrum meerdere dagen lang gericht gevoerd werden met transitiemelk, hebben minder last van diarree, hebben hogere dagelijkse toenamen en starten in zijn geheel stabieler in de eerste levensweken. Van Soest concludeert dit met name uit de langere vlokken van de dunne darm, die bij het voeren van transitiemelk worden gevormd (in vergelijking met het alternatieve voeren van kunstmelk).
B. Van Soest et al 2021 https://doi.org/10.3168/jds.2021-21723
Om deze reden is transitiemelk te waardevol om eenvoudig met de MelkTaxi zonder doel onder alle kalveren te verdelen. Ze moet apart worden verzameld, hygiënisch worden opgeslagen en gericht aan jonge kalveren in de eerste levensdagen worden gevoerd.
Daarbij kunnen eenvoudige oplossingen, zoals extra transportcontainers aan de MelkTaxi, extra melkbussen of de Plus Tank helpen. Die kunnen met behulp van het houderframe eenvoudig voorop de MelkTaxi worden getransporteerd.
U kunt de transitiemelk nog gerichter voeren met de CalfExpert-drinkautomaat: in het voerprogramma kan bijvoorbeeld worden ingesteld, dat er in de eerste 5 dagen uitsluitend transitiemelk moet worden gevoerd. Vervolgens kan de CalfExpert de kalveren langzaam, uitgesmeerd over enkele dagen, omschakelen naar kunstmelk. Na 10 tot 14 dagen zijn de kalveren dan voorzichtig omgeschakeld. Waarom dat belangrijk is, zien we in paragraaf 5. “Langzame overgangen – tijd geven voor een gezonde ontwikkeling” verderop op deze pagina.
Conclusie: Te mooi om waar te zijn!
Transitiemelk is dus een belangrijk onderdeel van het NativeCalfConcept:
ze overbrugt de gevoelige fase tussen colostrum en volle melk en legt bovendien de basis voor een stabiele vertering en een gezonde ontwikkeling. Let er daarom op, dat u deze waardevolle melk gericht voert aan de jonge kalveren!
3. Volle melk – natuurlijke voeding voor groei en prestaties
Volle melk is het meest natuurlijke voer voor kalveren – hun spijsverteringskanaal is daar optimaal voor ontworpen. Kalveren kunnen in de eerste levensweken uitsluitend hoogwaardige caseïne en melksuiker verteren. Plantaardige eiwitten en koolhydraten kunnen daarentegen in deze fase nog niet voldoende worden afgebroken.
Volle melk levert precies dat, wat het kalf in deze tijd nodig heeft:
- uiterst verteerbare caseïne en melkeiwit,
- natuurlijke vet- en energiebronnen,
- en bioactieve ingrediënten, die groei en ontwikkeling ondersteunen.
Veel bedrijven gebruiken volle melk daarom met succes als basis voor hoge melkopnamen, goede dagelijkse toenamen en een krachtige start in het leven. Tegelijkertijd is volle melk een economisch aantrekkelijk voer, omdat het op het bedrijf aanwezig is en niet hoeft te worden aangeschaft – met name bij het gebruik van melk die niet geschikt is om op de markt te worden gebracht. Melk van koeien die met antibiotica worden behandeld, vormt hierop natuurlijk een uitzondering en moet altijd worden weggegooid.
Het voeren van volle melk stelt echter ook eisen:
De kwaliteit kan variëren, hygiëne en opslag zijn cruciaal en onbehandelde rauwe melk kan ziektekiemen overdragen. Daarnaast blijkt uit praktijkonderzoek, dat volle melk op de weg van uiers naar drank vaak onbedoeld wordt verdund, waardoor het gehalte aan energie en voedingsstoffen aanzienlijk wordt verlaagd.
Hier komt de moderne voertechnologie om de hoek kijken. Door pasteurisatie in de MelkTaxi worden bacteriën betrouwbaar gereduceerd. Door functies zoals SmartMix kan verdunde melk gericht weer worden opgewaardeerd naar de juiste concentratie. In combinatie met de CalfExpert-drinkautomaten, slimme melkkoeltanks en programma's zoals EvenMilk kan volle melk veilig en efficiënt naar leeftijd worden gebruikt.
Hoe u volle melk optimaal kunt gebruiken met moderne voertechnologie, leest u uitgebreid in ons blogartikel.
Conclusie: natuurlijk voeren van volle melk
Wanneer het correct wordt geïmplementeerd, combineert het voeren van volle melk biologische, economische en duurzame aspecten. Het ondersteunt hoge groeipercentages, bereidt de dieren voor op latere prestaties en vermindert tegelijk het verbruik van bronnen in vergelijking met het gebruik van kunstmelk.
4. Kunstmelk – zinvol gebruikt, een sterke aanvulling
In de eerste 4 tot 5 levensweken zijn jonge kalveren op uiterst verteerbare caseïne en melksuiker aangewezen. Als er geen volle melk beschikbaar is kan kunstmelk (MAT) een goede en praktische oplossing zijn – mits kwaliteit en samenstelling kloppen.
Niet alle kunstmelk is echter even geschikt voor zeer jonge kalveren. Daarom loont het de moeite om eens precies te kijken naar de ingrediënten en de fysiologische werking in het spijsverteringskanaal.
Voordelen van kunstmelk
Als kunstmelk op de juiste manier wordt gebruikt, biedt het product duidelijke pluspunten in de kalveropfok.
Constante kwaliteit: elke drank krijgt dezelfde hoeveelheid energie, eiwit, vet en vitamines. Dat schept zekerheid voor het kalf, want kalveren houden van constant voer met altijd dezelfde samenstelling.
Hoge hygiëne: goed gemengd en correct gebruikt is kunstmelk biologisch stabiel. Dit vermindert de kiemdruk en verlaagt het risico op spijsverteringsstoornissen.
Planbaarheid en efficiëntie: kunstmelk is onafhankelijk van de melktijden beschikbaar, eenvoudig te doseren en eenvoudig in gebruik. Hierdoor is de kalveropfok goed planbaar en efficiënt.
Osmolaliteit – een vaak onderschatte factor
Een essentieel, maar vaak over het hoofd gezien punt bij de drinkbak met kunstmelk is de osmolaliteit. Deze waarde geeft de concentratie van de opgeloste deeltjes in een vloeistof aan. Ter vergelijking:
Bloed en volle melk zitten op ongeveer 350 mOSM/kg – een bijna isotonische toestand. Dat betekent, dat het voer in de darm dezelfde osmotische samenstelling heeft als de darmcellen en het bloed. Dat is erg goed voor de vertering in de dunne darm.
Veel kunstmelk bereikt echter 600 mOsm/kg of meer.
Als de darminhoud daardoor te sterk geconcentreerd is, trekt deze water uit de darmcellen aan. Het gevolg kan vloeibare ontlasting tot diarree zijn zijn. Oorzaak daarvoor is vaak een hoger suikergehalte in de kunstmelk of een te hoog mengpercentage.
Daarom geldt: een goede kunstmelk moet niet alleen op gehalte aan voedingsstoffen worden getest, maar ook op zijn osmolaliteit. De informatie wordt helaas niet in de verklaringen weergegeven. Vraag het daarom na bij uw leverancier. Wij raden aan om altijd de door de fabrikant aanbevolen concentratie precies aan te houden.
Meer informatie over dit onderwerp vindt u in in ons blog.
Vet- en eiwitbronnen
Bij het voeren van kunstmelk is de eiwitkwaliteit belangrijk. Omdat jonge kalveren in de eerste levensweken uitsluitend caseïne kunnen verteren, moet er kunstmelk met een hoog gehalte aan magere melkpoeder worden gevoerd. Van plantaardige eiwitbronnen moeten helemaal worden afgezien. Die kunnen pas na ongeveer 5 weken worden verteerd en leiden bij jonge kalveren snel tot diarree.
Plantaardige vetten daarentegen kunnen goed door kalveren worden verteerd – daarom bevat kunstmelk plantaardige vetten zoals palm- of kokosolie. Deze zijn voedingsfysiologisch geschikt, maar worden in toenemende mate bekritiseerd met betrekking tot duurzaamheid en herkomst.
Er wordt onderzoek gedaan naar alternatieven uit regionale teelt, zoals koolzaad- of zonnebloemolie. Momenteel blijkt echter, dat die voor jonge kalveren nog niet altijd optimaal verteerbaar zijn. Onderzoek en Ontwikkeling werken hier aan verbeterde oplossingen.
Kunstmelk in de speenfase
Kunstmelk is geen noodoplossing, maar een belangrijk onderdeel van veel succesvolle opfokconcepten. Met name in de speenfase kan kunstmelk zijn sterke punten laten zien.
Ook al moet er vooral volle melk worden gevoerd, is er vaak vanwege grotere hoeveelheden drank en later spenen niet genoeg volle melk beschikbaar. Hier kan dan kunstmelk worden gebruikt.
Maar ook bij uitsluitend drinkbakken met kunstmelk bestaat de mogelijkheid om de ontwikkeling van de kalveren in de eerste weken te bevorderen met een hoogwaardige magere melkpoeder. In de speenfase kan bijvoorbeeld worden omgeschakeld naar een goedkoper weipoederproduct dat al is aangepast aan het veranderde enzymspectrum van oudere kalveren.
Conclusie: Ogen open bij de keuze van de kunstmelk
Kunstmelk kan een waardevolle aanvulling voor het NativeCalfConcept zijn, mits bewust en vakkundig gebruikt. De kwaliteit, de samenstelling en het juiste gebruik beslissen of kunstmelk de gezondheid van de kalveren ondersteund of belast. Laat u hierover goed adviseren door uw kunstmelkfabrikant.
In combinatie met doordachte technologie en duidelijke voerstrategieën kan kunstmelk veilig, hygiënisch en economisch worden geïntegreerd in de kalveropfok.
5. Langzame overgangen – tijd geven voor gezonde ontwikkeling
Kalveren komen ter wereld met een nog niet volledig ontwikkeld spijsverteringssysteem. In de eerste levensweken kunnen ze ingrediënten uit melk uitsluitend enzymatisch verwerken. Tegelijkertijd begint al de complexe ontwikkeling tot herkauwer, waarbij de voormagen, de lebmaag en de enzymactiviteiten zich stapsgewijs aan nieuwe taken aanpassen.
Deze ontwikkeling heeft tijd nodig. Doorgaans duurt het 5 tot 10 dagen, totdat het spijsverteringssysteem zich heeft ingesteld op een nieuw voer. Dat geldt onafhankelijk van of er van volle melk werd overgeschakeld naar kunstmelk of van de ene soort kunstmelk naar de andere.
Een te snelle overschakeling van voer kan de spijsvertering overbelasten. De gevolgen variëren van een verminderde voeropname tot verstoring van de spijsvertering. Daarom geldt in het NativeCalfConcept een duidelijk principe: Elke verandering van voer moet vloeiend verlopen.
Overgangen bewust creëren
In de praktijk betekent dit, het voer stapsgewijs mengen en de mengverhouding dagelijks aanpassen. Zo krijgt het spijsverteringskanaal de noodzakelijke tijd om zich enzymatisch en microbieel in te stellen op de nieuwe portie.
Bij handmatige bereiding van drank is dit vaak alleen beperkt mogelijk, omdat er meestal een uniforme mix voor alle kalveren wordt gemaakt. Individuele, leeftijds- of fasenafhankelijke overgangen kunnen op die manier moeilijk worden uitgevoerd.
Technologie als ondersteuning
Met drankautomaten zoals de “CalfExpert” kunnen veranderingen van voer gericht en gecontroleerd worden uitgevoerd. Via individueel aangepaste voercurves verandert de mengverhouding van het gebruikte voer dagelijks automatisch.
Zo kunnen:
- overgangen van volle melk naar kunstmelk,
- overstappen tussen twee verschillende soorten kunstmelk en
- de aanpassing aan de speenfase
rustig, veilig en zonder extra inspanningen worden gerealiseerd.
Conclusie: vloeiende overgangen voor een betere spijsvertering
Langzame overgangen zijn geen “Nice-to-have", maar een biologische noodzakelijkheid. Ze ontlasten het spijsverteringssysteem, waarborgen een stabiele voeropname en dragen aanzienlijk bij aan de gezondheid van kalveren.
Wie het kalf tijd geeft, legt de basis voor een stressvrije opfok – en dat is precies waar NativeCalfConcept voor staagt.
6. Natuurlijke drinkhouding – drinken als aan de uiers
Het voeren van melk moet bij een kalf uitsluitend via een speenemmer plaatsvinden. Alleen op die manier wordt het natuurlijke zuiggedrag gestimuleerd en de slikreflex betrouwbaar geactiveerd. Het drinken uit een emmer zonder speen komt niet overeen met de fysiologie van het kalf en kan ertoe leiden, dat er melk in de pens terechtkomt – met negatieve gevolgen voor de spijsvertering.
In het NativeCalfConcept oriënteren we ons bewust op de natuur:
Kalveren zuigen meerdere malen per dag, intensief en langzaam aan de uiers van hun moeder. Daarbij werken ze actief voor hun melk, stoten tegen de uier en produceren daarbij veel speeksel. Juist dit drinkgedrag kan technisch worden geïmiteerd.
Aangepaste speenhoogte
De hoogte van de speen-drinkbak heeft een aanzienlijke invloed op de lichaamshouding van het kalf tijdens het drinken. Een speenhoogte van ongeveer 65 cm, is ideaal, aangepast aan de leeftijd en het ras. Deze hoogte komt overeen met de natuurlijke speenhoogte aan de uier.
Een iets naar beneden gerichte speenpositie spoort het kalf aan om de hals te strekken. Daardoor wordt de slikreflex optimaal ondersteund, zodat de melk voorbij de pens direct in de lebmaag terechtkomt – daar, waar ze kan worden verteerd.
Intensief zuigen in plaats van snel slikken
In de natuur nemen kalveren hun melk langzaam op – meestal niet meer dan 300 tot 500 milliliter per minuut. Soepel lopende spenen veroorzaken daarentegen vaak een veel te hoge drinksnelheid. Dat bespaart weliswaar tijd, maar belast de spijsvertering.
Moeilijk lopende spenen daarentegen vereisen intensief zuigen, een hoge speekselproductie en een gelijkmatige melkopname.
Speeksel bevat verteringsbevorderende enzymen en lipasen, die de uitsplitsing van vet en melksuiker ondersteunen. Tegelijkertijd is een positief effect op het gedrag te zien: na langer zuigen gaan kalveren rustig in het stro liggen, bij elkaar zuigen of likken aan de stalinrichting komen duidelijk minder voor.
Veel kleine maaltijden
Ook wat betreft de frequentie van de melkopname is het lonend om een blik op de natuur te werpen. Kalveren drinken daar 6 tot 8 keer per dag kleinere hoeveelheden. De lebmaag van een pasgeboren kalf kan namelijk maar ongeveer 2 liter bevatten.
Grote hoeveelheden melk in één keer leiden tot grote pH-schommelingen in de lebmaag. Die belasten het slijmvlies en kunnen verstoringen van de spijsvertering of in extreme gevallen maagzweren bevorderen (Ahmed et al., 2002).
Ideaal zijn daarom 4 tot 6 maaltijden per dag met elk ongeveer 2 tot 2,5 liter. Zo blijft de pH-waarde stabiel en werkt de lebmaag onder natuurlijke omstandigheden.
Technologie ondersteunt natuurlijke processen
Het HygiëneStation van de drinkautomaat “CalfExpert” maakt een consequente toepassing van de natuurlijke drinkhouding mogelijk:
De speenpositie, de melktemperatuur en het aantal maaltijden kan exact worden ingesteld en aan de leeftijd en de stand van de ontwikkeling van het kalf worden aangepast.
Ook bij voeren met speenemmers kunnen aanpakken zoals moeilijk lopende spenen, lichaamswarme melk of aangezuurde ad-libitumdranken helpen – zij vereisen echter een bijzonder zorgvuldige controle.
Meer informatie over dit onderwerp vindt u in het blogartikel “Voorbeeld natuur”.
Conclusie: meer dierenwelzijn door de juiste drinkhouding
De natuurlijke drinkhouding is meer dan een detail. Ze is een centrale bouwsteen voor een gezonde spijsvertering, een rustig gedrag en een stabiele ontwikkeling van de kalveren.
Wie het drinken zo laat plaatsvinden, als de natuur het heeft bedoeld, ontlast de maag, ondersteunt de slikreflex en creëert een basis voor een succesvolle opfok in het NativeCalfConcept.
7. Metabolische programmering – het voeren van vandaag beslist over de prestaties van morgen
De eerste levensweken zijn een biologisch tijdvenster, waarin de stofwisseling, de organen en de hormoonsystemen zich duurzaam ontwikkelen. In deze fase wordt als het ware “geprogrammeerd”, hoe een dier later voedingsstoffen verwerkt, groeit en prestaties levert.
Dit fenomeen noemt men metabolische programmering.
Talrijke internationale onderzoeken tonen aan: kalveren die in de eerste levensweken hoge hoeveelheden melk krijgen, ontwikkelen zich niet alleen sneller – ze tonen later ook vaak:
- een hogere melkgift,
- een betere ontwikkeling van de uiers,
- een stabielere gezondheid en
- een in totaal hoger prestatievermogen.
Wat in de eerste weken wordt gevoerd, heeft een jarenlang effect.
Grote hoeveelheden melk zijn biologisch normaal
Het verstrekken van minstens 10 tot 12 liter melk per dag – idealiter ad libitum – bevordert de groei en ondersteunt de ontwikkeling van organen. In de praktijk drinken kalveren bij vrije toegang in de eerste levensweek ongeveer 8 tot 10 liter, later vaak duidelijk meer.
Van uit biologisch oogpunt is een onbeperkt aanbod van melk geen uitzondering, maar de natuurlijke toestand voor jonge zoogdieren. Beperkt voeren is eerder de uitzondering.
Voorwaarde is natuurlijk, dat kwaliteit van de melk, hygiëne en drinktechniek kloppen – zoals beschreven in de vorige artikelen.
Rendabiliteit in plaats van op de verkeerde dingen bezuinigen
Een veelgehoord punt van kritiek bij intensief drinken is dat de voerkosten hoger zijn. Juist bij het voeren van kunstmelk kunnen per kalf extra kosten van 50 tot 100 euro ontstaan.
Maar deze investering is in verhouding met langdurige effecten:
- lagere dierenartsenkosten door stabielere kalveren,
- minder verliezen en minder behandelingsinspanningen,
- een eerdere eerste afkalfleeftijd,
- betere melkgift tijdens de lactatie,
- een langere levensduur van de kudde.
Internationale onderzoeken – bijvoorbeeld de werkzaamheden van Soberon et al. (2012) – tonen duidelijk aan, dat een grotere melkopname in de voorweideperiode gepaard gaat met een hogere productiviteit later in het seizoen.
Intensief drinken is dus geen kwestie van kosten, maar een strategische investering in de toekomstige melkkoe.
Vertraagde opname van krachtvoer – geen nadeel
Vaak wordt geredeneerd, dat kalveren bij een grotere melkopname later beginnen met de opname van krachtvoer. Dat klopt – maar is niet automatisch negatief.
Onderzoeken tonen aan, dat intensief gedrenkte kalveren later een hoog opnamevermogen voor voer ontwikkelen. Hun stofwisseling is eraan gewend om grotere hoeveelheden voedingsstoffen te verwerken. Dit zou mede een reden kunnen zijn dat deze dieren later meer melk geven: ze gebruiken het aanbod van voedingsstoffen efficiënter.
Het is dus niet beslissend hoe vroeg een kalf krachtvoer vreet, maar hoe stabiel en krachtig het zich in het algemeen ontwikkelt.
Praktische voeraanbeveling
Er zijn ontelbare voeraanbevelingen op de markt. Voor elk opfokdoel is er een passende aanbeveling. Men moet echter vaak oppassen en kritisch beoordelen, of het ontvangen voerschema ook overeenkomst met de eigen eisen. U vindt, voor een beter overzicht, in bloggedeelte een uitvoerig artikel met nuttige tips, hoe u uw eigen, en dus ideaal op uw bedrijf aangepaste, voerschema kunt opstellen.
Conclusie: een sterke start in het leven, prestaties tot het einde
Metabolische programmering betekent: het voeren in de eerste levensweken bepaalt de prestaties van een dier gedurende jaren.
Een intensieve melkfase versterkt de gezondheid, bevordert de groei en legt de basis voor een hoge melkgift later. Wie in deze fase investeert, investeert niet alleen in het kalf van vandaag – maar ook in de goed presterende melkkoe van morgen.
8. Laat en langzaam spenen – ontwikkeling heeft tijd nodig
De ontwikkeling van pasgeborenen tot herkauwers is een complex biologisch proces. Pas op de leeftijd van 4 tot 6 maanden komen de verhoudingen tussen de pens, de netmaag, de boekmaag en de lebmaag overeen met die van een volwassen rund.
Dat betekent dat de vaardigheid om ruw- en krachtvoer volledig te verteren als een koe zich met de loop van de tijd ontwikkeld.
In de praktijk worden kalveren desondanks vaak al op een leeftijd van 8 tot 10 weken, deels zelfs eerder, abrupt van de melk gespeend.
Bij het NativeCalfConcept volgen we een andere aanpak.
Waarom vroeg spenen problematisch kan zijn
Kalveren beginnen weliswaar vanaf de vierde tot vijfde levensweek, enzymen te vormen voor de vertering van plantaardige eiwitten en koolhydraten. Totdat het spijsverteringssysteem echter volledig goed presteert, duurt meerdere weken.
Als de melk te vroeg wordt ingehouden, is in veel bedrijven een typisch beeld te zien: de zogenaamde speen-knik. Gedurende 1 tot 2 weken stagneert de groei – of verliest het kalf zelfs gewicht. Dat is een duidelijk teken, dat het energieverlies uit de melk nog niet volledig kan worden gecompenseerd door plantaardige voedingsstoffen.
Het wordt nog kritischer bij abrupt spenen, bijvoorbeeld wanneer een complete maaltijd plotseling vervalt. De stofwisseling wordt overbelast, er ontstaat stress – het kalf raakt uit balans.
Subklinische acidose – een vaak onderschat risico
Na het spenen van de melk neem de krachtvoeropname vaak sterk toe. Bij de afbraak van zetmeel en suiker ontstaan in de pens grote hoeveelheden vetzuren met korte keten. Als de pens nog niet voldoende ontwikkeld is, kunnen deze zuren echter niet volledig worden gebufferd.
Het gevolg kan een subklinische pens- of darmacidose zijn – vaak in het eerst zonder zichtbare symptomen. Mogelijke consequenties zijn:
- verminderde verwerking van het voer,
- ontstekingsreacties in de darm,
- verminderde prestaties.
Dergelijke processen blijven vaak onontdekt, zijn echter op de lange termijn van invloed op groei en gezondheid.
Spenen is geen schakelaar – maar een proces
Dat betekent echter niet, dat kalveren tot de zesde maand melk moeten krijgen. De tijdsfactor is cruciaal.
In het NativeCalfConcept adviseren we het volgende:
- Vanaf ongeveer de 5e tot 6e levensweek stapsgewijs beginnen met vermindering van de hoeveelheid melk.
- De speenfase uitsmeren over 6 tot 7 weken.
Zo wennen de kalveren langzaam aan de stijgende opname van droogvoer, terwijl ze verder met uiterst verteerbare melkenergie worden gevoerd. Het resultaat:
- een stabiele spijsvertering,
- gelijkmatige groei zonder speen-knik,
- minder stofwisselingsstress,
- een betere voorbereiding op de jonge runderenfase.
Conclusie: kalveren houden van langzaam en laat spenen
Laat en laat en langzaam spenen beschermt de groei, de gezondheid van de darmen en de prestaties op de lange termijn.
Wie het kalf tijd geeft, behoudt de eerder opgebouwde metabolische programmering – en garandeert de investering in de toekomstige melkkoe.
9. Het doel: Een gezonde herkauwer
Het NativeCalfConcept eindigt niet met het spenen van de melk. Het eigenlijke doel is een krachtige, stabiel ontwikkelde herkauwer met een gezond werkende pens, die grote hoeveelheden voer efficiënt kan verwerken. De overgang van melk naar vast voer bepaalt of dit doel wordt bereikt.
Krachtvoer – ontwikkelingsstimulans voor de pens
Krachtvoer speelt een centrale rol bij de ontwikkeling tot herkauwer. Het levert fermenteerbare voedingsstoffen, die in de pens door micro-organismen worden omgezet. Daarbij ontstaan vluchtige vetzuren, die de groei van de pensvlokken stimuleren en daarmee hun oppervlak voor de opname van voedingsstoffen vergroten.
Krachtvoer is daarmee niet alleen een energiebron – het is ook een impulsgever voor de pensontwikkeling.
Tegelijkertijd moet de samenstelling zorgvuldig worden geselecteerd. Het doel is een goed verteerbaar voer, dat de pensontwikkeling stimuleert, maar geen verzuring bevorderd.
Energiebronnen zoals maïs of haver zijn bij het voeren van kalveren vaak beter geschikt dan zeer snel beschikbare zetmeelbronnen zoals tarwe. Een uitgebalanceerde verhouding tussen energie, structuur en verteerbaarheid is cruciaal.
Structuur is onmisbaar – Hoi, stro of kuilvoer?
Krachtvoer alleen is niet voldoende. De pens heeft naast fermenteerbare koolhydraten ook fysieke structuur nodig. Goed gestructureerd hooi, gehakseld stro of geschikte luzerneproducten ondersteunen:
- de ontwikkeling van de penswand,
- de voormaagmotoriek,
- de speekselvorming en daarmee ook de natuurlijke buffer.
Zonder voldoende ruwe vezels stijgt het risico van pensacidose, gebrek aan eetlust en ontwikkelingsvertragingen. Daarnaast bestaat het gevaar, dat kalveren hun behoefte aan structuur bevredigen door het vreten van verontreinigd strooisel.
Daarom adviseren wij in het NativeCalfConcept, om uiterlijk vanaf de tweede levensweek vast voer aan te bieden om te proberen. Bijvoorbeeld als droge TMR, een combinatie van hoogwaardig krachtvoer en gestructureerde vezels. Deze combinatie zorgt tegelijk voor energie en structuur en ondersteunt een gelijkmatige pensontwikkeling.
Ook belangrijk: naast melk en vast voer moet water altijd vrij beschikbaar zijn. Want alleen bij voldoende opname van water kan zich een stabiele microbenpopulatie ontwikkelen in de pens.
Het juiste tijdstip voor spenen
Vaak wordt de krachtvoeropname als enige indicator gebruikt voor het spenen. Een waarde van ongeveer 1 kg krachtvoer per dag geldt vaak als signaal, dat een kalf “klaar” is. Wij weten echter, dat een langere drinkfase tot ongeveer 12 weken nuttig kan zijn – zelfs wanneer de krachtvoeropname al vroeg toeneemt.
Bepalend is niet alleen de hoeveelheid voer, maar de totale ontwikkeling van het kalf. In de groepshuisvesting kan de individuele krachtvoeropname maar moeilijk worden vastgesteld. De gewichtsontwikkeling is daarom veelzeggender. Een voortdurende, gelijkmatige groei toont aan, dat vertering, stofwisseling en energievoorziening in balans zijn.
Meer informatie over het voeren van krachtvoer vindt u in de 3-delige serie artikelen in ons blog.
Conclusie: krachtvoer is meer dan alleen voer – het is een ontwikkelingsstimulans.
In combinatie met gestructureerde ruwe vezels en voldoende water zorgt krachtvoer voor een stabiele pens en bereidt het op die manier het kalf voor op de latere rol van goed presterende herkauwer. Een gezonde herkauwer ontstaat niet toevallig – deze wordt in de eerste levensweken gericht opgebouwd.
10. Groepshuisvesting van jonge kalveren – samen beter ontwikkelen
Kalveren zijn geen eenlingen. Weliswaar scheiden moederkoe en kalf zich in de eerste dagen in de natuur af van de kudde, maar later sluiten de jonge dieren zich aan bij groepen van dezelfde leeftijd. Daar leren ze van elkaar, verkennen ze samen hun omgeving en ontwikkelen ze sociale vaardigheden.
Deze natuurlijke waarnemingen leveren waardevolle aanwijzingen voor een moderne, stressarme kalverhouderij op.
Vroege sociale binding in plaats van isolatie
Als het onmiddellijk na de geboorte scheiden van koe en kalf op het bedrijf is gepland, mag het kalf niet alleen blijven. Kleine groepen van 2 tot 3 kalveren maken al sociale interactie mogelijk en bevorderen een stabiele ontwikkeling.
In de praktijk heeft zich met name de parenhuisvesting (“Twin-huisvesting”) bewezen. Wat oorspronkelijk was bedoeld als compromis tussen individuele en groepshuisvesting, laat vandaag de dag duidelijke voordelen zien:
- betere voeropname,
- hogere dagelijkse toenames,
- minder stressreacties en
- stabieler gedrag.
Wetenschappelijke onderzoeken hebben bevestigd, dat kalveren die in paren of in kleine groepen worden grootgebracht, ten opzichte van individueel gehouden dieren voordelen laten zien op het gebied van groei en aanpassingsvermogen.
Leren door nabootsing
De groepshuisvesting ondersteunt het natuurlijke leergedrag van de kalveren. Ze bekijken elkaar en nemen elkaars gedragingen over. Dit betreft bijvoorbeeld het gebruik van de drinkbakken, de omgang met veranderingen en de voeropname.
In groepen grootgebrachte kalveren tonen vaak:
- meer activiteit,
- een stabiel vreetgedrag,
- minder gevoeligheid voor stress en
- een beter aanpassingsvermogen aan nieuwe situaties.
Sociale veiligheid heeft een directe invloed op gezondheid en groei.
Voorwaarden voor stressarme groepshuisvesting
Voor de groepshuisvesting is een doordacht management vereist. Bepalend zijn:
- voldoende ruimte (ongeveer, 2,5 tot 4 m² per kalf),
- beschermde rustzones,
- ongestoorde vreetplekken,
- voldoende bewegingsvrijheid en
- zo gering mogelijk leeftijdsverschil (idealiter: maximaal 2 weken).
De groepsgrootte moet bij de bedrijfsstructuur passen. Kleine, homogene groepen maken de observatie en het management eenvoudiger. Voor grotere groepen (van 6 tot 8 kalveren) kan de drinkautomaat “CalfExpert” worden gebruikt. Deze automaat voert niet alleen de kalveren, maar voorziet u ook van de belangrijkste informatie over uw kalveren.
Conclusie: sterker in de groep!
In het NativeCalfConcept is de groepshuisvesting geen compromis, maar een bewuste beslissing voor een natuurlijke en ontwikkelingsbevorderende opfok.
Gezamenlijk opgroeiende kalveren zijn vaak stressbestendiger, leergieriger en stabieler – ze beginnen met betere voorwaarden aan hun toekomst als goed presterende melkkoeien.
11. Drinkautomaat vanaf dag 3 - het NativeCalfConcept consequent uitvoeren
Veel van de beschreven elementen – natuurlijke drinkhouding, voeren van veel kleine maaltijden, langzame overgangen van voer, metabolische programmering en geleidelijk spenen – kunnen vaak slechts beperkt worden gerealiseerd met klassieke emmersystemen. Wie het NativeCalfConcept volledig wil uitvoeren, kan bijna niet om het gebruik van een drinkautomaat heen. De CalfExpert biedt met zijn zeer individuele instelbare drinkmogelijkheden alles, wat nodig is om kalveren zo natuurlijk mogelijk te voeren.
Waarom pas vanaf week 3?
Op veel bedrijven worden kalveren pas na 2 tot 3 weken aan de drinkautomaat gewend. Tot die tijd drinken ze uit de speenemmer in individuele of twin-hokken en worden later omgestald in grotere groepen.
Dat betekent: extra kosten, herhaald aanleren en verschillende drinksystemen, extra arbeidsinspanningen en onnodige stress voor het kalf.
Moderne concepten gaan daarom een stap verder.
Vroeg starten aan de automaat
Steeds meer bedrijven beginnen de drinkautomaten al vanaf de derde levensdag te gebruiken. In de eerste beide dagen krijgen de kalveren hoogwaardig colostrum in individuele hokken of hokken voor twee. Zodra ze betrouwbaar drinken, worden ze vervolgens aan de automaat gewend.
De voordelen zijn duidelijk: veel kleine maaltijden verdeeld over de dag, meetbare drinksnelheden, vloeiende overgangen tussen volle melk en kunstmelk, eenvoudige verwerking van grote hoeveelheden melk en gecontroleerd en langzaam spenen.
Fitte kalveren kun zo al in de eerste levensweek probleemloos grote hoeveelheden melk opnemen – bij een gelijktijdig stabiele vertering.
Duidelijke structuur voor stabiele groepen
Om het systeem te laten werken, zijn doordachte groepsgroottes en duidelijke processen nodig. Wij adviseren:
- een maximale groepsgrootte van 15 kalveren,
- een leeftijdsverschil van zo mogelijk minder dan 3 weken en
- geen samenvoeging van bestaande groepen.
Bij een drinkfase van ongeveer 10 tot 11 weken betekent dat meerdere vaste groepen met een duidelijke structuur. Ook al lijkt dit op het eerste gezicht een grotere investering te vergen, laten ervaringen uit de praktijk vaak voordelen zien:
- De arbeidsinspanningen nemen af door het eenmalige aanleren.
- Er zijn minder ziektegevallen, omdat de voorziening van voedingsstoffen beter is.
- De gewichtsontwikkeling is beter door intensiever drinken.
- De transparantie van gegevens is groter door de gedetailleerde CalfExpert-evaluaties in CalfGuide.
Conclusie: de CalfExpert is de sleutel naar het NativeCalfConcept
Het vroege gebruik van een drinkautomaat combineert alle elementen van het NativeCalfConcept tot een werkend totaalsysteem. De drinkautomaat maakt natuurlijke drinkpatronen, grote hoeveelheden melk, soepele overgangen en gecontroleerd spenen mogelijk – bij een tegelijkertijd optimale observatie van de dieren en gegevenscontrole.
Zo ontstaat uit vele individuele maatregelen een doordacht opfokconcept. Daarnaast ontstaan uit goed verzorgde kalveren gezonde en goed presterende melkkoeien.

Tabel volgens Foley en Otterby (1978) en volgens Blum en Hammond (2000)
Een tweede poedercontainer bij de CalfExpert voor het voeren van twee verschillende soorten kunstmelk.
Ontwikkeling van de pH-waarde in de lebmaag na het drinken van 2 of 8 maaltijden per dag. Dagelijkse hoeveelheid 12% van het lichaamsgewicht
Familie Prehn van Prehn Brook Farms in Canada